Het leek me wel wat, dus ik stuurde een kort mailtje naar het restaurant. Ik schreef dat ik goed met drukte om kon gaan, graag de handen uit de mouwen steek, en geen probleem heb met een beetje sop en stoom. Een cv vroegen ze niet eens; ze wilden vooral weten wanneer ik kon werken.
Een paar dagen later werd ik gebeld door de chef. Hij vroeg of ik de volgende dag even kon langskomen voor een kort gesprekje. Toen ik aankwam, kreeg ik een kopje koffie en een snelle rondleiding door de keuken. We praatten even over wanneer ik beschikbaar was en of ik al ervaring had. Na een kwartiertje zei hij: “Je kunt morgen wel een dagje meedraaien, dan zien we hoe het gaat.”
De volgende dag begon mijn proefdraaidag. Ik kreeg een schort om en stond al snel bij de spoelmachine. De borden kwamen binnen in stapels, glazen in bakken, bestek in mandjes. De kok legde kort uit waar alles moest staan: vuile kant, schone kant, en vooral geen messen bij de glazen. Het was even aanpoten, maar ik vond het stiekem best leuk — het tempo, de geur van eten, en de muziek op de achtergrond.
De dag erna kreeg ik een telefoontje: “We vonden dat je goed meedraaide, dus als je wilt, kun je volgende week beginnen.” Ik tekende het contract — een paar uurtjes per week, zwart T-shirt, schort, en vaste handschoenen — en zo begon ik officieel als spoelmedewerker. Vanaf dat moment hoorde ik bij het team, tussen het gerinkel van servies en het gesis van de pannen.